donderdag 28 oktober 2010

Size matters

Er bestaat een wereld van verschil tussen werken voor een kleine organisatie en werken voor een grote organisatie. Althans, die indruk krijg ik vaak wanneer ik met vrienden en kennissen van gedachten wissel over de geneugten en ergernissen van ons werkende bestaan.

Steeds vaker dringt zich dan ook de vraag aan mij op: ben ik geschapen voor een grote organisatie, of geldt voor mij: klein is fijn?

Zelf werk ik nu al drie jaar als marketeer in een relatief kleine organisatie (20 FTE). Op papier betekent dit dat ik operationeel verantwoordelijk ben voor alle aspecten van marketing en communicatie. In de praktijk betekent dit dat ik onze website beheer, Google Adwords bijhoud, persberichten schrijf, een database beheer, acties bedenk, folders maak, een driewekelijkse nieuwsbrief uitgeef, direct mailings schrijf, corporate communicatie verzorg, events organiseer, arbeidsmarktcommunicatie verzorg – en dat het elke dag weer een kunst is om voor zonsondergang thuis te zijn.

Werken in een kleine organisatie betekent dat je continu met tientallen ballen tegelijk aan het jongleren bent. Dat dwingt je om elk moment van de dag prioriteiten te stellen. Best lastig, vooral in het begin. Zeker als er nog weinig structuur in de marketing van het bedrijf zit, is het vaak naarstig zoeken naar houvast. Houvast die je niet bij collega-marketeers vindt (die zijn er namelijk niet), maar zelf moet creëren. Elke dag weer.

En toch, hoe lastig ook, is het gebrek aan structuur en vastigheid voor mij van meet af aan de onweerstaarbare charme geweest van werken voor een kleine organisatie. Vrijheid! Eigen verantwoordelijkheid! De ruimte om zelf te ontdekken hoe dingen werken, niet gehinderd door regels en protocollen. Heerlijk.

Niet dat ik zelf nou zo’n chaotische creatieveling ben. Ik ben niet bovenmatig creatief en ik ben meer op structuur belust dan de meest rechtgeaarde ambtenaar. Maar juist de vrijheid om zelf die structuur aan te brengen in een soms chaotische omgeving, dat is wat mij zo aanspreekt in een klein bedrijf. Je ziet direct het resultaat van je eigen inspanningen. En je hebt vaak alle gelegenheid om ook op strategisch en tactisch niveau je stem te laten gelden.

Ik weet niet of ik die vrijheid zou willen missen. Toch - eerlijk is eerlijk - lonkt ook wel eens de wereld van het Grote Bedrijf. Hogere budgetten, ondersteuning van professionele reclamebureaus, veel verschillende expertises, samenwerken met collega's die de afkortingen SEO en SEA nu eens niet verwarren met SOA: het heeft onmiskenbaar zijn aantrekkingskracht.

Misschien is het een overtrokken contrast tussen klein en groot dat ik schets, ingegeven door gebrekkige ervaring en vooronderstellingen. Maar misschien zijn de verschillen echt zo groot. Does size matter after all? Ik weet het niet. Ik denk dat ik voorlopig nog heen en weer geslingerd wordt tussen de liefde voor een kleine organisatie en het dromen van een grotere.

dinsdag 5 oktober 2010

Keuzes maken

Helpen klussen bij vrienden in hun prachtige woning. Uiteten gaan met twee stelletjes, waarvan één zwanger. Luidkeels meezingen op de bruiloft van twee goede vrienden. Dam tot damloop uitlopen. Vergadering bijwonen van het NIMA bestuur. De fles geven aan een baby van vier weken oud op een avondje met vrienden waarvan dit alweer de tweede is. Wereldreis plannen. Naar de biologische landbouwwinkel. Kostenoverzicht maken. Huis schoonmaken.Op Intermediair.nl struinen naar interessante vacatures.

Op de wc ligt ‘het Dertigersdilemma’ van Nienke Wijnants. Ja, ik weet het, ik ben ‘pas’ 27 jaar, maar dit boek geeft uitleg over het dilemma dat voorkomt tussen je 25e en 35e (!). Het gaat er eigenlijk om dat mijn generatie zo ontzettend veel keuzes heeft, dat keuzes maken eigenlijk een soort gemis met zich meebrengt. Dus doen we dat liever niet. Want als je voor een bepaalde baan kiest, kan je NOOIT meer een ander carrièrepad kiezen. Of als je nu aan kindjes gaat denken, kan je NOOIT meer carrière maken. En als je voor je carrière kiest... dan kan je NOOIT .... etc. etc. Maar dan zijn we er nog niet! Eigenlijk moeten we ook een jaren dertig woning hebben (die we zelf hebben opgeknapt), een mega goede vriendengroep waar je vaak mee uitgaat, een wereldreis maken, jong moeder worden, meedoen aan de goede doelenactie, heerlijk kunnen koken, een fantastische relatie onderhouden, een mega conditie hebben, het huishouden op orde hebben, een aparte hobby hebben, ons interesseren in kunsten, ying en yang en we moeten een liefdevolle familie hebben. Je snapt ‘m. We moeten, zullen en zouden dus ontzettend veel.

Leuke theorie allemaal en in het boek staan ook handige tips. Maar dan komt de praktijk. Wat kies je? Wat is het beste voor jou? Uiteindelijk kan je niet alles hebben, je MOET keuzes maken. Want keuzes maken geeft rust. Althans, dat zegt het boek. Maar snapt het boek ook dat keuzes maken juist het moeilijkste is! Wat kan ik? Wie ben ik? Ben ik tevreden met wat ik doe? Wat wil ik nu eigenlijk echt bereiken? Hoe oud/jong wil ik ...., etc etc.

Ook ik weet dat dit een fase is waar ik waarschijnlijk ooit een keer ga uitkomen. Maar wat ik me afvraag: hebben al die anderen deze vraagstukken ook gehad? Of is dit misschien HET GROTE GEHEIM onder de bijna-dertigers?